Nederland is letterlijk en figuurlijk krankzinnig. En holt en masse naar de ggz. Dat is meestal zinloos.

Gelezen: Interview Flip Jan van Oenen, NRC, 24 januari 2026

Psychotherapie werkt meestal niet, dus hou maar op met die intensieve ggz voor de meeste ‘patiënten’. Leer mensen liever leven met hun zogenoemde gebrek. Dat is teneur van een goed vraaggesprek van Ellen de Bruin voor NRC met Flip Jan van Oenen.

Van Oenen (69) is een nuchtere denker, zo bleek eerder al in een vraaggesprek met de Volkskrant. Na het boek Het misverstand psychotherapie (2019) verscheen een jaar geleden het boek Verdragen (2025) waarin hij pleit hij voor een radicale herziening van de geestelijke gezondheidszorg (ggz),

In NRC:

“n Nederland is 1 op de 20 volwassenen in behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg en 1 op de 10 jongeren doet een beroep op jeugdhulp. Bijna de helft van de Nederlanders heeft ooit een psychische aandoening gehad, ruim een kwart van de Nederlanders het afgelopen jaar – meestal een angst- of stemmingsstoornis. En psychotherapie werkt veel vaker niet dan wel.”

Van Oenen: “Pakweg 60 procent van de mensen is na psychotherapie niet opgeknapt. En van de 40 procent die wel is opgeknapt, was dat bij 15 procent in diezelfde periode zonder therapie ook gebeurd. Ongeveer 25 procent van de mensen ervaart dus maar meerwaarde van de therapie.

Als je dat bedenkt, in combinatie met het feit dat er tussen de 200 en 1.000 onderzochte therapiesoorten bestaan, die het allemaal niet beter doen dan de andere, dan moeten we volgens mij concluderen dat we een plafond bereikt hebben.

Mensen denken nu: als ik maar in therapie kom, gaat het daarna beter. Dat ondermijnt de eigen veerkracht, blijkt uit onderzoek: mensen op een wachtlijst gaan minder vooruit dan mensen die niet op een wachtlijst staan. Dus moeten we mensen vertellen dat het effect van therapie beperkt is en dat ze hun problemen zélf aankunnen…

In het begin had ik het idee: alles kan en moet beter. Veel dingen schieten niet op, met cliënten. In de crisisdienst kom je heel veel mensen tegen die bij therapeuten lopen en dan toch in crisis raken. Dus daar kreeg ik al de indruk dat therapieën niet allemaal zo vlekkeloos verlopen als vaak gezegd wordt.”